Großglockner, een indrukwekkende tocht

De Großglockner in Oostenrijk is met een hoogte van 3.798 meter de hoogste berg van Oostenrijk. De Großglockner is gelegen in het Hoge Tauern-gebergte, in dit gebergte ontspringt ook de Pasterze-gletsjer.

Een indrukwekkende tocht door de bergen

Großglockner Hochalpenstraße

De Großglockner is bereikbaar via de Großglockner Hochalpenstraße, die vanaf Zell am See via Bruck richting Heiligenblut loopt. De berg werd in 1800 voor het eerst beklommen door Franz Xaver von Salm-Reifferscheid, bisschop van Gurk-Klagenfurt, in een groep van zes klimmers. De Großglockner Hochalpenstraße is een 47,8 km lange tolweg met veel (genummerde) bochten. De Großglocknerpas is een 2505 meter hoge bergpas op de grens tussen de Oostenrijkse deelstaten Salzburg en Karinthië. De pas, meestal Hochtor genoemd, maakt deel uit van de Großglockner Hochalpenstraße, een hoogalpiene bergstraat die beide deelstaten met elkaar verbindt.

Bergpas op 2.575 meter

Eigenlijk ligt de pashoogte op 2575 meter, maar een tunnel op 2505 meter hoogte zorgt voor de feitelijke verbinding tussen Fusch an der Großglocknerstraße via een andere pas, de Fuscher Törl, naar het Karinthische Mölltal. De route wordt door veel motorrijders verreden. Ook fanatieke fietsers beklimmen deze weg, ondergetekende heeft de Großglockner ook beklommen vanaf beide zijden. De aanleg van de weg begon in 1930, waarbij ruim 3000 arbeiders waren betrokken. De weg werd officieel ingewijd op 3 augustus 1935. In de zomertijd is de pas van 15 juni tot 15 september afgesloten in de nachtelijke uren van 22.00 uur tot 5.00 uur, in het voor- en naseizoen van 20.30 uur tot 6.00 uur. Met uitzondering van zogenaamd "Anrainer" verkeer! Laatste inrit is telkens 45 minuten voor de nachtsluiting.

Gletsjer

De laatste jaren (vanaf 2005) is de afsmelting wel in een stroomversnelling geraakt, als dit zo doorgaat dan is de gletsjer van de Großglockner spoedig verdwenen. In 1860 lag de sneeuwgrens van de gletsjer nog 200 meter hoger dan nu in 2007 en in de ijstijd was het allemaal sneeuw. Sinds 1850 hebben de gletsjers in de Alpen ongeveer de helft van hun volume verloren, zo toonden Zwitserse onderzoekers aan. De laatste jaren is een flinke versnelling van de afsmelt te zien. Zo lijkt het erop dat alleen al de in het Alpengebied extreem warme en droge zomer van 2003 goed was voor het verdwijnen van 5%-10% van het toen nog aanwezige ijs. De onderzoekers vrezen dat het meeste ijs voor het einde van deze eeuw uit de Alpen zal zijn verdwenen, als de opwarming van het klimaat in het gebied in het huidige tempo doorzet. Een uitzondering betreft de hooggelegen gletsjers zoals bijvoorbeeld op het Mont Blanc massief, deze laten een veel geringere tot soms zelfs nauwelijks een afname zien.

Hieronder een drietal foto's van de stand van de gletsjer van de Großglockner, de eerste is van 1980, daaronder 2005 en de laatste is van 2007. Je ziet duidelijk de afstand tussen het bord met het jaar erop en de gletsjer groter worden.